Scholen moeten intensiever samenwerken, ongeacht afkomst – René Peters

Toen mijn ouders jong waren, had elke groep zijn eigen ‘zuil’: eigen clubs, scholen en ziekenhuizen voor bijvoorbeeld katholieken, socialisten en protestanten. Voor het onderwijs leek de verzuiling nog lang stand te houden, maar ook daar lijkt het nu echt over. Je merkt vaak niet of je nou een openbare of katholieke school binnen loopt. Mijn stelling is dat dit geen probleem is, integendeel: in tijden van ontgroening, financiële onzekerheid en de nieuwe wet op het passend onderwijs, zullen scholen steeds meer moeten samenwerken, ongeacht afkomst.

Toekomstige uitdagingen voor het onderwijs
Het zijn onzekere tijden, ook in onderwijsland. Er worden ook in onze regio minder kinderen geboren, waardoor scholen krimpen. De krimp is zodanig dat er te veel scholen zijn voor te weinig leerlingen. In sommige wijken en zeker in dorpen bestaan scholen met te weinig leerlingen. De kosten worden te hoog en ze kunnen de onderwijskwaliteit op de middellange termijn niet waarborgen. Willen we het onderwijs goed en betaalbaar houden, dan zullen scholen veel meer dan nu moeten samenwerken.

Straks treedt de wet op het Passend Onderwijs in werking. Alle scholen in een regio worden dan verantwoordelijk voor goed onderwijs aan alle leerlingen. Deze wet dwingt schoolbesturen om na te denken over de vraag hoe dat geregeld kan worden. Op 19 april hebben veertien schoolbesturen uit de regio Noord-Oost Brabant een intentieverklaring ondertekend waarin ze aangeven echt samen te willen werken en over instellingsbelang heen te willen stappen. Dat is niet zo vreemd, het gaat bij goed onderwijs om onze kinderen en niet om het belang van de scholen.

Scholen als concurrenten
Maar de samenwerking is nog niet zo vanzelfsprekend. Scholen zijn van nature elkaars concurrent. Het gaat om het aantrekken van zoveel mogelijk leerlingen. En de tijd dat schoolbesturen van verschillende richtingen zich verkneukelen om een zwakke school bij de concurrentie, die ligt niet zo heel ver achter ons. Een zwakke school bij de een, betekent meer aanmeldingen voor de ander. Samenwerken zit historisch gezien niet bepaald in de genen van onderwijsinstellingen. Als in het verleden behaalde resultaten een garantie zouden zijn voor te behalen resultaten in de toekomst, dan zou er van samenwerking niets terecht komen. Dan blijft het bij het uitspreken van goede bedoelingen. Dat moeten we niet laten gebeuren.

Keuzevrijheid en identiteit van de school
“Er moet iets te kiezen blijven,” is een veel gehoorde stelling wanneer er intensiever moet worden samengewerkt. Die stelling klopt. Er moet gekozen kunnen worden tussen verschillende vormen van onderwijs. De tijd is echter voorbij dat ouders (een enkeling daargelaten) uit principe kiezen voor een katholieke, protestantse of openbare school. Ouders kiezen voor goed onderwijs, een prettige sfeer, misschien een mooi gebouw. De landelijke trend is dat ouders vaker kiezen voor Montessori, Dalton of juist regulier onderwijs. Het onderwijsconcept wordt belangrijker dan de levensbeschouwelijke stroming. Overigens gaan de meeste kinderen gewoon naar de school om de hoek. Ik pleit hier zeer zeker niet voor het opheffen of samenvoegen van katholiek, protestants-christelijk of openbaar onderwijs. Allen zijn me even lief. Maar als onderscheidend principe zijn ze grotendeels achterhaald.

Binnen de regio Noord Oost Brabant is vrijwel geen onderwijsinstelling te vinden die niet nu of in het nabije verleden te maken heeft, of heeft gehad, met financiële zorgen. Die zorgen zullen de komende periode niet kleiner worden. Wanneer we er inderdaad van overtuigd zijn dat onderwijsmiddelen ingezet moeten worden voor kinderen en niet voor stenen of management, dan vormt dit een extra reden voor samenwerking.

Conclusie
Kortom, er zijn tal van redenen voor een veel sterkere samenwerking tussen onderwijsinstellingen. De wet op het passend onderwijs maakt alle onderwijsinstellingen uit een regio verantwoordelijk voor alle leerlingen uit die regio. Ontgroening, een gedeelde verantwoordelijkheid, in combinatie met bezuinigingen, dat maakt echt samenwerken onontkoombaar. Ook wanneer niemand daar historisch gezien zin in zou hebben. De noodzaak tot samenwerking is wel zo groot dat het schadelijk is als scholen zich nu te sterk gaan beroepen op hun katholieke, protestantse of openbare verleden. Laten we echt over historisch gegroeide tegenstellingen heen stappen en samen zorgen voor excellent onderwijs voor alle leerlingen. Samen voor onze kinderen!

René Peters is wethouder sociale zaken, jeugd en onderwijs voor het CDA te Oss. Naast zijn werk is René actief binnen kerk, politiek en verenigingsleven. Hij is onder andere penningmeester bij de Titus Brandsmaparochie in Oss en was jarenlang voorzitter van de lokale CDA-afdeling en van Scouting Titus Brandsma, ook in Oss.