Defensie is een vorm van ontwikkelingshulp – Bart van Horck en Marco Hillen

[Dit artikel dat Bart van Horck en Marco Hillen schreven voor Christendemocraat.nl verschijnt op 1 juni tevens op de opiniepagina van het Friesch Dagblad en op 2 juni op de opiniepagina van het Reformatorisch Dagblad.]

__________________________________

Diep verontwaardigd waren veel Nederlanders toen er tijdens de Catshuisonderhandelingen voorgesteld werd om ontwikkelingssamenwerking te korten tot onder de internationale norm van 0,7 procent van het BBP. Veel minder verontwaardigd zijn wij over het feit dat Nederland aan defensie al jarenlang fors minder uitgeeft dan de internationale norm van 2 procent van het BBP. Die selectieve verontwaardiging is volkomen onterecht, want defensie levert een essentiële bijdrage aan ontwikkelingssamenwerking. Het wordt daarom hoog tijd om de definitie van ontwikkelingshulp verder te verruimen en te erkennen dat defensie feitelijk een vorm van ontwikkelingshulp is.

Defensie is een voorwaarde voor effectieve ontwikkelingssamenwerking
Defensie levert een belangrijke bijdrage aan een betere wereld. Door veiligheid te creëren en te handhaven binnen instabiele regio’s scheppen militairen belangrijke voorwaarden voor vrede, stabiliteit en ontwikkeling. Als wij niets zouden doen aan defensie, dan is ontwikkelingshulp in veel gevallen zinloos.

Twee belangrijke vertegenwoordigers van defensie geven hiervoor heldere argumenten. Ten eerste de huidige Commandant der Strijdkrachten, Generaal Van Uhm. In een indrukwekkende toespraak in 2011 vertelde hij waarom hij heeft gekozen voor het vak van militair. Terwijl hij zijn geweer in de lucht hield, stelde Van Uhm dat een geweer niet symbool staat voor oorlog, maar juist voor vrede en stabiliteit. De rechtsstaat kan immers alleen gehandhaafd worden, wanneer geweld en onrecht in toom gehouden worden.

Het tweede voorbeeld komt van Van Uhms voorganger, generaal buiten dienst Dick Berlijn. Hij bepleit de zogenaamde geïntegreerde aanpak: ‘links van de knal en rechts van de knal’. Met links van de knal doelt hij op het in de hand houden van omstandigheden die ontwrichtend kunnen werken op een samenleving. Zo kunnen rebellengroeperingen bijvoorbeeld effectiever opereren wanneer instituties in de samenleving te zwak zijn om de geweldsspiraal te stoppen en het recht te handhaven. In dit geval kan preventief militair optreden van buitenaf chaos voorkomen. Met rechts van de knal doelt Berlijn op situaties waarin het tragisch genoeg al te laat is om nog iets te doen. De chaos is dan compleet. Belangrijke instituties van een samenleving zoals bestuur, pers, politiek, economische stabiliteit en werkgelegenheid zijn dan al lamgelegd. In dat geval is alleen nog reactief optreden mogelijk. Volgens Berlijn is de wereld gebaat bij een gezamenlijke inzet van defensie en ontwikkelingshulp die erop gericht is om situaties niet uit de hand te laten lopen.

Als defensie een vorm van ontwikkelingssamenwerking is: waarom dan bezuinigen?
De Nederlandse missies in Uruzgan en Kunduz vormen een perfecte illustratie van de betogen van Van Uhm en Berlijn. Onze militairen dragen bij aan ontwikkeling, bijvoorbeeld door het opleiden van politieagenten. Tegelijkertijd hebben de missies een zware wissel getrokken op defensie. De missies hebben veel gevergd van manschappen en materieel en de kosten kwamen grotendeels voor rekening van defensie. Daarnaast wordt er al jaren fors bezuinigd op defensie (zie grafiek). Door deze zorgelijke ontwikkelingen is het onzeker geworden of Nederland in de toekomst nog in staat zal zijn om ‘links van de knal’ te opereren om dreigende chaos in ontwikkelingslanden te voorkomen. Dit zou niet alleen slecht zijn voor de instabiele regio’s in kwestie, maar ook voor Nederland zelf. Het zou immers afbreuk doen aan onze reputatie als wij ‘het vuile werk’ altijd door andere landen op laten knappen.

Conclusie
Kortom, als we werkelijk waarde hechten aan internationale afspraken, moeten we kritisch durven kijken naar de manier waarop we omgaan met ontwikkelingssamenwerking. Als we ontwikkelingshulp belangrijk vinden dan is het van het grootste belang dat we niet verder bezuinigen op defensie. Defensie is niet alleen een kerntaak van de overheid ter verdediging van ons eigen land, het zorgt ook voor het slagen van ontwikkelingshulp. Door nu te investeren in defensie kan ontwikkelingssamenwerking later de vruchten plukken. Het is juist nu daarom het moment om te midden van alle bezuinigingen juist te investeren in defensie. Alleen op die manier zullen we verzekerd blijven van een volwaardige deelname van Nederland waar het gaat om ontwikkelingssamenwerking, vrede en veiligheid.

Bart van Horck is docent Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden en redacteur van Christendemocraat.nl.

Marco Hillen is student Bestuurskunde aan de Universiteit Leiden.