Wat het CDA kan leren van het lot van andere christendemocratische partijen in Europa – Frank Visser

Het CDA verloor enorm tijdens de laatste Tweede Kamerverkiezingen. Ondanks de inhoudelijke tekortkomingen en andere redenen voor dit verlies, moet gezegd worden dat het verlies van het CDA past in een trend die zich de laatste jaren in Europa voordoet. In veel andere Europese landen hebben de christendemocraten het bijzonder moeilijk. In dit artikel zal ik uitleggen hoe andere christendemocratische partijen ervoor staan en wat we daarvan kunnen leren.

Hoe staan onze Europese partners ervoor?
Haalde KD (Zweden) in 1998 nog 11,8 procent van de stemmen, in 2010 was het 5,6 procent. In Duitsland verloor Merkel ook tijdens de laatste verkiezingen, maar bleef de grootste en kon nog een regering vormen met de liberalen. Ook in Oostenrijk verloor de ÖVP in 2008 15 zetels, maar bleef in de regering. Hetzelfde gold voor Slovenië eind vorig jaar: enorm verloren, maar doordat de winnaar geen kabinet wist te vormen kwamen de christendemocraten, weliswaar via een achterdeur, alsnog in de regering. In België boekte CD&V nog nooit zo’n slecht resultaat en kon het sinds lange tijd niet de minister-president leveren. Om nog maar niet te spreken over Denemarken en Tsjechië waar de christendemocraten zelfs uit het parlement verdwenen. Een van de weinige Europese landen waar de christendemocraten ook de laatste jaren stabiel bleven is Luxemburg. Het groothertogdom wordt al sinds 1995 geleid door Jean-Claude Juncker.

Het CDA en Europa: een moeizame relatie
Dit roept de vraag op wat Juncker en de zijnen anders of beter doen dan de andere christendemocratische partijen. Ik wil dit illustreren aan de hand van het Europabeleid. Laat ik om te beginnen een aantal zwakke plekken aanwijzen in de huidige opstelling van het CDA in Europa. In 1991 ging Nederland “af als een gieter”, om oud-minister Hans van den Broek maar eens te citeren, toen we op eigen houtje een nieuw verdrag wilden initiëren. En hoewel het volgende voorzitterschap van Nederland, onder leiding van Balkenende en Bot in 2005 als veel succesvoller wordt beschouwd, deed Nederland gerede pogingen de toetredingsonderhandelingen met Turkije te starten, een onderwerp dat in ons eigen land niet populair is. Bovendien heeft het CDA te maken met de Europese partij waar wij lid van zijn: de EVP, een buitengewoon pluriforme partij. Pluriformiteit is belangrijk, maar brengt ook consequenties met zich mee. Denk aan de perikelen rond de Italiaanse oud-premier Berlusconi en de huidige onrust rond de Hongaarse premier Orban van Fidesz (Hongaarse zusterpartij in de EVP). En het CDA-geluid? Vooral vaag en onduidelijk.

Meer duidelijkheid, graag
Kortom, het CDA moet oppassen niet dezelfde fouten te maken als onze collega’s in Denemarken en Tsjechië. Hoe zouden we het wel moeten aanpakken? Mijn overtuiging is dat het CDA een sterk eigen geluid over Europese thema’s moet laten horen, zoals ook Juncker en Reding in eigen land doen (sinds 1999 is Reding Luxemburgse Eurocommissaris, thans met de portefeuille Justitie en Mensenrechten en vicevoorzitter). Beiden spreken zich uit over mensenrechten, democratie en goed bestuur in Europa. Over duurzaamheid, energiebeleid en telecommunicatie. Heldere en duidelijke standpunten presenteert Juncker als het gaat om de Eurocrisis. Op dat terrein doet het CDA het, met minister De Jager, ook goed. Maar toch moet onze partij ook duidelijke visies tonen op, naar mijn oordeel, zeer wezenlijke onderwerpen als het uitbreiding van de Europese Unie (Balkanlanden, IJsland, Turkije), nabuurschapsbeleid (Kamerlid Ormel wist de BZ-begroting nog te beïnvloeden met betrekking tot de MATRA-gelden, niemand wist het) en mensenrechten (proces Tymoshenko). Misschien is de belangrijkste vraag nog wel wat de algehele visie van het CDA op Europa is. Hoe ziet de partij de toekomst in de context van de crisis? Natuurlijk, een verdere versterking van de EMU is voor de hand liggend, maar geen doel op zich. Het is slechts een middel om de geponeerde vraag verder te kunnen invullen. Met de Europa-paragraaf in het rapport van het Strategisch Beraad is een eerste aanzet gegeven, maar een omvattende visie zou absoluut nodig zijn. Misschien moeten we nog eens in de leer bij de Luxemburgers, net zoals in 1991…

F.S. (Frank) Visser (1987) studeerde Bestuurskunde en zit momenteel in de afrondende fase de Masteropleiding Politicologie. Frank Visser werkte tot voor kort als consultant bij een HRM-organisatie. Binnen het CDJA was en is Frank Visser actief in diverse bestuursfuncties. Zo was hij tot juni 2010 vice-voorzitter van het dagelijks bestuur en sinds juni 2011 Internationaal Secretaris. Ook binnen het CDA bekleedt hij verschillende functies.