Verschil van mening: het houdt leden en een politieke partij scherp – Jan de Visser

Wat is de functie van een politieke partij en wat is de rol van leden? In iedere partij zijn verschillende groepen zoals bijvoorbeeld een linker- en een rechterflank. Zoveel leden, zoveel meningen, maar is die verdeeldheid niet juist schadelijk voor onze partij? Volgens Jan de Visser niet per se. Op uitnodiging van de redactie schreef hij een beschouwing over de rol van leden in een politieke partij. Met al die meningen wordt volgens hem het verhaal in een partij juist zuiverder. Het toont aan dat er ruimte is voor velen in een partij en dat maakt haar niet zwakker maar juist scherper.

Mensen tot hun recht laten komen – dat is door de eeuwen heen een belangrijke taak geweest van machthebbers. De kwaliteit van machthebbers is af te leiden aan de mate waarin zij aan die opdracht voldaan hebben, of juist niet.
Dit keurmerk geldt ook voor de kwaliteit van een politieke partij, zowel bij de praktische politiek in de Kamer of de gemeenteraad als binnen de partij zelf. Hoe ziet de ideale partij eruit, met bovenstaand kenmerk als belangrijkste eigenschap?

Ieder lid telt
Een politieke partij bestaat uit kiezers die er geld voor over hebben om in een partij te participeren. Met dat geld moet de partij verantwoord omgaan, maar meer nog met die betalende kiezer. Er kunnen tal van redenen zijn, waarom mensen lid worden van een partij: het voortzetten van een familietraditie, steun geven aan de partij waarin de eigen normen en waarden het meest tot hun recht komen, sympathie voor een bepaalde leider of afgevaardigde. Maar de belangrijkste reden is toch vaak macht en invloed. In de hiervoor gegeven voorbeelden gaat het vaak om ‘passieve macht’, waarmee de partij vaak een stevige, loyale en betrouwbare basis krijgt. Deze leden doen misschien niet veel, maar zijn wel onmisbaar. Als de partij deze leden verliest, moet ze zichzelf fors achter de oren krabben.
Actieve macht en actieve invloed – daar gaat het een groot van de leden uiteindelijk om. Als het niet het grootste gedeelte van de leden is, dan is het toch de meest spraakmakende groep, die vaak in en buiten de partij het meest zichtbaar is.

Hoe verbindt en kanaliseert men al die ideeën?
Deze leden moeten allemaal tot hun recht komen. Leden die zich individueel en zonder verdere binding ergens voor inzetten, komen maar weinig voor. Dat is ook gegeven met de aard van een ledenpartij: leden zijn per definitie deel van een groter geheel. Zodra leden zich in bepaalde verbanden verenigen, en in beweging komen, worden ze van belang voor de partij. De meeste partijen hebben vaste structuren waarin leden bij elkaar komen, zoals wetenschappelijke instituten, redacties, themagroepen, regionale verbanden of specifieke groepen. Maar het is ook denkbaar dat leden zonder deze reeds bestaande verbanden netwerken vormen, thematisch of regionaal of allebei.
Dat biedt uitgelezen kansen voor een partij-organisatie: alle netwerkverbanden hebben op hun eigen manier oog en oor voor alles wat er in en buiten de partij speelt en van belang is. Alles wat in en rond die netwerkverbanden boven komt drijven, geeft aan waar de partij heen wil. Hoe meer grotere en kleinere verbanden een partij kent, hoe zuiverder in beeld komt waar de partij staat. De koers van een partij wordt niet bepaald of vastgesteld door een bestuur, maar door alles wat er in de netwerkverbanden speelt. De taak van het bestuur is dan ook die ideeën en opvattingen te bundelen en te kanaliseren. Uiteindelijk zal het geheel van al die verschillende onderdelen leiden tot een nieuw of, beter nog, een permanent verkiezingsprogramma.

Een fractie is wellicht gebonden, maar de leden hebben de vrijheid
Het bovenstaande leidt onontkoombaar tot dualisering in de partij als geheel. Zoals hierboven gezegd, kent de partij ook een groot aantal leden die zich in Kamer of kabinet bezighouden met de praktische politiek. Daarbij zijn zij vaak gebonden aan coalitieakkoorden of regeringsprogramma’s. Hun inhoudelijke bewegingsvrijheid is daardoor vaak niet zo groot, en in principe altijd bepaald door in het verleden gemaakte afspraken. De netwerken binnen de partij als vereniging kennen die beperkingen niet. Daardoor kan gedurende een kabinetsperiode de mee-regerende partij gebonden zijn aan de handtekening onder beleidsafspraken, terwijl de netwerkonderdelen van diezelfde partij in diezelfde kabinetsperiode daar heel andere ideeën over (gaan) ontwikkelen. Die dualisering houdt de partij scherp, en bij de les.
Op deze manier kan een partij er in de breedte en diepte voor zorgen, dat al haar leden, zoals het hoort: tot hun recht komen.

Jan de Visser is oud-wethouder in Maassluis. Hij studeerde Nederlandse Taal- en Letterkunde, Theologie en Rechten. In januari 2004 volgde een opmerkelijke en unieke overstap: hij verruilde de kansel voor een wethouderszetel in zijn woonplaats Maassluis. Daarbij was hij verantwoordelijk voor de portefeuilles Ruimtelijke Ordening, Sociale Zaken en Werkgelegenheid en P&O. Sinds juni 2006 is hij actief in zijn eigen advocatenkantoor te Den Haag. De Visser is auteur van het boek “Herkenbaar anders. Het CDA 2.0”, waarin hij een aanzet doet voor het CDA van de toekomst. In februari 2011 was Jan de Visser een van de kandidaten voor het voorzitterschap van het CDA.